Zelfsturende aanpak

22 juni 2015 15:00

Voor de zomervakantie wil ik graag nog drie vragen beantwoorden over ons werk in het hoger onderwijs: Waarom doen we het? Hoe doen we het? En met wie doen we het? Deze week: hoe geven wij les?

Een studie aan het hbo of wo betekent voor veel studenten meer verantwoordelijkheid voor hun eigen vooruitgang dan ze gewend waren in het middelbaar onderwijs. Dit is iets wat je ook als docent steeds in je achterhoofd moet houden: je hebt te maken met volwassen mensen die uitgedaagd moeten worden om zelf te denken, hun eigen doelen te stellen en hun leerproces te bewaken. Wij zijn geen zender van informatie, maar ‘slechts’ een coach aan de zijlijn. Dit klinkt eenvoudig, maar het vraagt om een kwalitatief goede docent die zijn vak verstaat, maatwerk kan bieden per student en de studenten weet te inspireren.

We onthouden meer als we er goed over hebben nagedacht en als we informatie hebben toegepast, niet als we informatie passief hebben ontvangen. Tijdens de les proberen we dus de nieuwsgierigheid van de studenten te prikkelen en ze te stimuleren om zelf op zoek te gaan naar informatie en zichzelf vragen te stellen. De zelfsturende aanpak betekent concreet dat studenten hun eigen leerdoelen stellen en die doelen in de loop van de module behalen. Daarbij moeten ze steeds hun eigen leerproces in de gaten houden en zichzelf bijsturen. Dat klinkt allemaal wat abstract. Daarom hier een voorbeeld van een gesprekje dat een docent met een student zou kunnen hebben tijdens de les:                 

Student: Ik heb slecht gescoord op voegwoorden.
Docent: En hoe komt dat, denk je?
Student: In het commentaar staat dat ik weinig varieer.
Docent: Is dat zo? Herken je dat?
Student: Daar let ik nooit zo op.
Docent: Ga eens kijken of het ook zo is. Pak er een tekst van jezelf bij en markeer alle voegwoorden die je kunt vinden.


Student gaat aan het werk, docent loopt verder door de klas.

Docent: Wat heb je allemaal kunnen vinden?
Student: Ik gebruik veel ‘maar’ en ‘want’.
Docent: Is dat erg?
Student: Ik denk dat ik weinig verbanden leg tussen zinnen, en mijn tekst is nu een beetje eentonig.
Docent: Hoe zou je meer verbanden en meer variatie in je tekst aan kunnen brengen?
Student: Kijken welke voegwoorden ik misschien nog meer zou kunnen gebruiken, welke voegwoorden er nog meer zijn.
Docent: En hoe ga je dat doen?
Student:  Op internet kijken? Of in het boek? En dan proberen mijn tekst te herschrijven?
Docent: Goed idee! In het boek staat een lijst met voegwoorden. Die kun je mooi gebruiken. Wanneer hoop je hiermee klaar te zijn? Wanneer gebruik jij meer voegwoorden in je teksten?
Student: Ik hoop volgende week.
Docent: Prima! Dan kom ik volgende week nog even naar het resultaat kijken.


Student gaat aan het werk, docent loopt verder door de klas.

Zoals in bovenstaand gesprek te zien is, stelt de docent veel vragen (wat? hoe? wanneer?) en zet hij de studenten zelf aan het denken. We willen dat de student zichzelf aan het werk zet en zijn eigen doelen stelt. We kunnen studenten activeren door ze een opdracht te geven, zoals ook in het voorbeeld gebeurt. Dit werkt goed als je te maken hebt met een student die wat minder gemotiveerd is. Het is aan de docent om de studenten te inspireren en te motiveren. Ten slotte kunnen we ook verwijzen naar lesmethoden en websites om informatie te vinden en doelen te behalen.

Nog effectiever is het als studenten elkaar aansturen in hun leerproces en elkaar wijzen op punten in teksten die verbeterd kunnen worden. We stimuleren studenten een actieve houding te hebben in de lessen door ze individueel en in groepjes aan het werk te laten gaan en door zichzelf en elkaar aan te sturen.

Dit leerproces herhaalt zich steeds tijdens de lessen. Tijdens de eerste les laten we de studenten concrete doelen formuleren en tijdens de lessen die hierop volgen laten we ze aan deze doelen werken. Hiervoor maken de studenten gebruik van eigen teksten die ze schrijven, nalezen, verbeteren en laten beoordelen door elkaar. Wij docenten kijken deze teksten ook na en aan de hand van de feedback die wij hebben gegeven, kunnen studenten vervolgens hun leerdoelen aanscherpen en hier weer mee aan de slag gaan.

Wie is die ‘we’ eigenlijk? Volgende week vertel ik meer over onze docenten.