(Zaakvak)(taal)docent

13 april 2015 15:00

Voor een hogeschool is het handig om samen te werken met een extern bureau als het onze, omdat de vraag naar docenten Nederlands behoorlijk wisselend is.

De opleidingen van onze opdrachtgever moeten kunnen aantonen dat hun studenten voldoen aan het vereiste instapniveau B2 (van het Europees Referentiekader) en nemen daarom aan het begin van het jaar veel meer toetsen Nederlands af en bieden veel meer lesuren Nederlands aan dan aan het einde van een studiejaar. Het zou zonde zijn als je een docent Nederlands dan moet ‘bezighouden’ de rest van het jaar. En het alternatief, dat een zaakvaakdocent de lessen Nederlands op zich neemt, is natuurlijk ook niet de bedoeling. Toch?

Waarom zouden we het vak Nederlands eigenlijk scheiden van de andere zaakvakken? Ik hoor studenten weleens letterlijk zeggen: "Maar voor deze tekst heb ik niet zo goed op mijn taalgebruik gelet, want het was voor een ander vak." Betekent dat dat een zaakvakdocent er niet op let hoe het taalgebruik van de student is, of dat studenten minder bewust met taal bezig zijn als het niet om het vak Nederlands gaat omdat ze weten dat ze hier niet primair op afgerekend worden?

Eigenlijk is het idee dat taal en zaakvakken moeten integreren al lang gemeengoed. Op het mbo werden docenten Nederlands afgeschaft onder het motto dat nu alle docenten verantwoordelijk waren voor het taalniveau van hun studenten. Daarmee was dus eigenlijk niemand verantwoordelijk en de docent Nederlands is nu weer terug. Er zijn dus eigenlijk drie opties: 1. De scheiding blijft. 2. De taalvaardigheid van de zaakvakdocenten wordt getraind en iedereen is verantwoordelijk. 3. De taaldocent en de zaakvakdocent gaan intensiever samenwerken.

Dat laatste hebben we dit jaar voor het eerst gedaan bij de opleiding Sportmanagement, voor de module Schrijven van Beleidsnotities. De vakdocenten kozen de methode waarmee gewerkt zou worden en droegen casussen aan. Wij, de taaldocenten, vulden het aanbod aan met relevante taalvaardigheid en voerden de module uit. De Nederlandse taal stond niet meer apart van de opleiding, maar iedere week werd duidelijk wat het belang was van taal voor de opleiding en voor de toekomstige loopbaan. Werd het schrijven van beleidsnotities hierdoor nu opeens leuk? Niet meteen. Zagen de studenten het belang ervan in? Ja. Werden er betere teksten geschreven? Daar ben ik van overtuigd.