Waarom Nederlands in het h(b)o?

15 juni 2015 15:00

Voor de zomervakantie wil ik graag nog drie vragen beantwoorden over ons werk in het hoger onderwijs: Waarom doen we het? Hoe doen we het? En met wie doen we het? Deze week: waarom geven wij Nederlands aan hbo-studenten?

De afgelopen jaren is helaas gebleken dat het Nederlands van studenten van een dusdanig laag niveau is dat veel studenten hierdoor problemen ondervinden tijdens hun studieloopbaan. Tentamenvragen en studieteksten worden hierdoor niet goed begrepen, sollicitatiebrieven en papers zitten vol fouten en scriptiedeadlines worden niet gehaald. Het gevolg: studenten lopen studievertraging op of moeten voortijdig met hun studie stoppen. Buiten dat is een goede taalvaardigheid van groot belang in het latere werkveld en kan en lager niveau ook consequenties hebben voor de latere loopbaan van de studenten.

Dat taalniveau valt niet alleen de studenten te verwijten, maar ook het middelbare en basisonderwijs dat zij hebben genoten, het feit dat zij misschien afkomstig zijn uit het mbo waar minder Nederlands werd gegeven, het feit dat ze Nederlands niet als moedertaal beheersen en zaken als algemene ontlezing bij jongeren en digitalisering, waardoor studenten niet minder taalaanbod krijgen, maar wel een heel ander aanbod. Veel hogescholen en universiteiten testen hun studenten op taalvaardigheid en landelijk beschikt naar schatting de helft van de studenten niet over het vereiste B2-instapniveau van het Europees Referentiekader als het gaat om schrijfvaardigheid[1].

Om het instroomniveau en vervolgens de voortgang van de studenten te meten, maken de studenten bij aanvang van de studie en na afloop van onze module een toets. Dit is een meetinstrument en dus geen doel op zich. De studenten denken hier vaak anders over: zij moeten die toets halen en dan komt alles goed. Toetsing mag echter nooit een doel op zich worden tijdens de lessen en het is onze taak om dit duidelijk te maken aan de studenten. Het probleem is niet het niet halen van de toets, maar het feit dat de taalvaardigheid van de studenten blijkbaar onvoldoende is. Dat is dus waar aan gewerkt moet worden.

Het is niet onze bedoeling om het vak Nederlands van de middelbare school uit te smeren over de studietijd van de studenten en nog eens wat lessen over Karel ende Elegast of Hieronymus van Alphen te geven, en zelfs niet om alle grammaticaregels of argumentatiestructuren te behandelen. Nee, wij begeleiden de studenten bij het zelfstandig verhogen van hun taalvaardigheidsniveau. Ons doel is niveau B2. Studenten worden geacht af te studeren met niveau C1 en moeten dus tijdens hun hele studieloopbaan bezig blijven met het ontwikkelen van hun taalniveau. Wij reiken hen daarvoor enkele handvatten aan.

Per blok hebben we vaak maar zes lessen, of minder, om aan de taalvaardigheid van studenten te werken. In die tijd kunnen we geen wonderen verrichten. Waar het tijdens de lessen vooral om draait is de studenten zelf aan het werk te zetten met hun leerdoelen en hierbij ondersteuning te bieden. We zenden dus geen voorgekauwde informatie; we laten de student zelf uitzoeken aan welke kennis het hem ontbreekt en hoe hij hieraan kan gaan werken. Wij coachen aan de zijlijn, reiken leerstrategieën aan en peilen de vooruitgang van de studenten. Over deze zelfsturende aanpak zal ik volgende week meer vertellen.

[1] Zie ook www.erk.nl