Recensie: Tekststructuur

08 juni 2015 15:00

Een boek voor het hoger onderwijs dat zich helemaal richt op tekststructuur. Yes! Vaak krijg ik te maken met studenten die onder taalvaardigheid vooral grammatica, spelling en interpunctie verstaan. Na een blik op hun tekst te hebben geworpen, blijkt dan regelmatig dat de student niet eens gebruik heeft gemaakt van een heldere inleiding-kern-slot-structuur en de tekst een grote klont aan woorden is geworden. Lezen we verder, dan blijkt ook tussen de zinnen, die we onderscheiden uit de klont, nauwelijks verband te bestaan. Freerk Teunissen en Aleid van de Vooren-Fokma gaan ons redden! Kortom: de verwachtingen zijn torenhoog.

Op de flaptekst lezen we dat het boek uit twee delen bestaat. Deel 1: kernzinnen en alinea's. Deel 2: informatie ordenen en structureren. Eerste gedachte: waarom niet andersom? Begin je niet juist met het vinden en ordenen van informatie en ga je die niet daarna pas onderverdelen in alinea's? Verder meldt de flaptekst dat er een website is met schrijfoefeningen en een docentenhandleiding met interactieve lessen.

Uit de inhoudsopgave blijkt dat de onderverdeling in twee delen is gebaseerd op expliciete en impliciete structuur en dus niet per se op de volgorde waarin je werkt.

Tekststructuur.jpg

Deel 1 - Expliciete structuur

  1. Het aha-gevoel
  2. De structuur van alinea's
  3. De structuur van teksten

Deel 2 - Impliciete structuur

  1. Grip op je materiaal
  2. De lezer voorop
  3. Schrijfblokkades voorkomen

Uit de inleiding blijkt wat er met expliciete en impliciete structuur bedoeld wordt, namelijk de structuur die zichtbaar is in de tekst, bijvoorbeeld door alineagebruik, en de structuur die niet zichtbaar is, namelijk het vooraf selecteren van informatie. Ook wordt hier een model getoond waarmee te zien is dat er vier fasen in het schrijfproces zijn (net als in Basisvaardigheden academisch schrijven): voorbereiding, schrijven, feedback en afwerking. Deze kunnen echter nog kunnen nog verder worden onderverdeeld in acht stappen. Vijf van die acht stappen vinden we terug in de eerste fase, namelijk de voorbereiding. Tot slot wordt in de inleiding vermeld op wat voor manier de schrijvers de lezers aan het denken willen zetten, namelijk door regelmatig de rollen om te draaien. Je bent dus niet alleen schrijver, maar ook beoordelaar. Je leert niet alleen de theorie, maar bekijkt ook of de theorie wel klopt. Een leuke insteek.

In hoofdstuk 1 wordt al snel duidelijk dat een goede structuur zowel houvast biedt voor de schrijver als voor de lezer. Er wordt gesproken over het zogenaamde ‘aha-gevoel’ waarbij ik de definitie van dit gevoel een paar keer moet lezen voordat het kwartje valt. Het komt erop neer dat het soms even duurt voordat je een patroon ziet, maar zodra je het ziet, zal je het altijd blijven zien. Hmmhmm... Dit gebeurt met letters: meerdere letters vormen een woord (we herkennen bijvoorbeeld het woord ‘website’, maar we herkennen het patroon ook als we ‘wbsitee’ zien staan). Het gebeurt met woorden: meerdere woorden vormen een zin of een reeks woorden die bij elkaar horen (als we ‘geel’, ‘blauw’, ‘stoelen’ en ‘tafels’ lezen, dan denken veel mensen aan ‘IKEA’). Maar het gebeurt ook met zinnen (meerdere zinnen vormen een alinea). Zodra je een patroon herkent (aha!), weet je ook welke zin bijvoorbeeld de kernzin is van een alinea of welke zin er juist niet bij hoort. Een alinea met een helder patroon, maakt het lezen dus een stuk makkelijker.

Hoofdstuk 2 gaat over de kernzin van een alinea. Er wordt getoond wat het verschil is tussen een tekst waar de kernzinnen aan het begin van de alinea staan en de centrale vraag in de inleiding, en een tekst waarbij dit niet gebeurt. Er wordt beschreven wat de effecten zijn van de verschillende plaatsen van de kernzin in een alinea. Vervolgens wordt getoond hoe de rest van de alinea de kernzin hoort te ondersteunen en wat dit betekent voor de leesbaarheid. Hoofdstuk 3 laat zien dat een tekst idealiter uit een centrale vraag (in dit boek de 'basisuitspraak' genoemd) en een reeks kernzinnen bestaat. De lezer wil orde en in dit hoofdstuk wordt getoond hoe de schrijver hiervoor kan zorgen in zijn tekst.

Hoofdstuk 4 gaat over het ordenen van gevonden informatie. Dit hoofdstuk hoort bij het tweede deel van dit boek. Hier worden verschillende ordeningsmethoden behandeld en wordt uitgelegd hoe je deze kunt gebruiken. Deze methoden kunnen ook worden gebruikt bij een al geschreven tekst. In hoofdstuk 5 staat de lezer centraal. Hoe kun je inspelen op zijn behoeftes? En welke rol speelt structuur hierin? Hoofdstuk 6 gaat tot slot over het voorkomen van schrijfblokkades. Je leert hoe je strategieën kunt toepassen die passen bij jouw werkwijze als het gaat om schrijven en hoe je het schrijfproces het beste kunt indelen in fasen.

Extra materiaal bij het boek is te vinden op www.countinho.nl/tekststructuur, zowel voor docenten als studenten. Voor studenten zijn hier extra oefeningen te vinden per fase van het schrijfproces, en de antwoorden van de oefeningen uit het boek. Erg handig en hiervoor hoeft niet ingelogd te worden. Voor docenten is hier extra lesmateriaal te vinden, maar hiervoor moet men zich eerst aanmelden. Toevallig heb ik de PowerPoint die bij hoofdstuk 1 en 2 hoort weleens gebruikt in een les. Daarna las ik pas het boek. Wat ik jammer vind, is dat de voorbeelden en de uitleg in de PowerPoint hetzelfde zijn als in het boek. Dit is niet handig als de studenten het boek al zouden hebben, want in wezen vertel je dan niets nieuws.

Eindoordeel
Ik ben verrast door de inhoud van dit boek, vooral het eerste deel. Dit deel is heel anders dan alle andere boeken en hoofdstukken over tekststructuur die ik ken. Er wordt echt een andere manier van denken aangeleerd door middel van handige oefeningen, schema's en voorbeelden. De lezer kan meteen zien of hij het hoofdstuk heeft begrepen door een zelfgeschreven tekst aan het einde van ieder hoofdstuk aan te passen met behulp van de nieuwe kennis. Daarnaast staat er bij iedere paragraaf wat het doel is van de paragraaf, zodat je na afloop nog even kunt checken of dit doel is behaald. De theorie wordt afgewisseld met handige oefeningen en voorbeelden, wat de hoofdstukken erg leesbaar houdt. Wel is er soms een overdaad aan voorbeeld en schema's, vaak allemaal in het oranje, waardoor het boek wat rommelig oogt. Een ander nadeel is dat dit boek wellicht geschikter is als handleiding bij het inrichten van een cursus of training dan voor zelfstudie. Bij sommige onderdelen, zoals het 'aha-gevoel,' is de uitleg van een trainer echt noodzakelijk. Tot slot ik vind de volgorde van de twee delen in het boek nog steeds niet logisch. Wel komt het deel dat de meeste inzichten biedt het eerst.

Edit: over dat laatste heb ik met Freerk Teunissen gesproken en hij legde uit dat men met dit boek probeert te bereiken dat de student zich een held voelt. 'Vertel niet dat je kennis belangrijk is, vertel dat je student een held is als hij zich bewust is van de reikwijdte van jouw kennis en die optimaal benut,' aldus Freerk Teunissen op zijn website (www.schoolvoorschrijftraining.nl). Deel 1 is hiervoor het meest effectief en daarom is ervoor gekozen om van dit deel het eerste deel te maken.

Tekststructuur. Efficiënter en Effectiever Schrijven is geschreven door Freerk Teunissen en Aleid van de Vooren-Fokma en uitgegeven bij Coutinho. Het heeft 115 pagina’s en kost € 17,50.

Bron figuur: www.coutinho.nl/tekststructuur