Recensie: Taal-top-100

06 april 2015 15:00

Taal-top-100 is een uitgave van Onze Taal. Het is een handzaam boek van iets meer dan 200 pagina’s en het bevat de 100 meest gestelde taalvragen, met uiteraard het antwoord erbij.

In de inleiding (vraag 0) wordt gemeld dat men uitgaat van de witte spelling, maar dat de spelling uit het Groene Boekje er doorgaans wel bij genoemd zal worden.

Ik ben meteen al blij met vraag 1, want die gaat namelijk over samenstellingen. Ik denk dat dit onderwerp de meeste problemen oplevert bij mijn studenten, wat betreft spelling dan. De moed zinkt me even in de schoenen als het antwoord begint met: "Het belangrijkste kenmerk is dat ze aan elkaar geschreven worden", want dat is nu precies het probleem. Steeds meer samenstellingen worden door studenten los geschreven. Gelukkig maakt de rest van het antwoord een hoop goed. Er wordt veel verwezen naar de andere taalvragen waar dit onderwerp ook weer in terugkomt. Sterker nog: de eerste negentien vragen uit het boekje zijn gerelateerd aan samenstellingen, spaties en koppeltekens. Vraag 22 en 23 behandelen de tussen-n en -s en gaan er dus nog even op door.

De toon is dus gezet: dit boekje gaat voornamelijk over spelling. Hoofdletters, ‘product’ of ‘produkt’, meervoudsvorming en ‘sms-en’ of ‘sms'en’ zijn slechts een paar voorbeelden. Vraag 45 gaat opeens over het vinden van de persoonsvorm. Dat is ook het moment waarop ik erachter kom dat het boek is onderverdeeld in verschillende delen: spelling, grammatica, woordkeuze en schrijfconventies. En ik maar denken dat dit een top 100 van meest voorkomende vragen was, met dus op 1 de vraag die het meest wordt gesteld aan de Taaladviesdienst van Onze Taal. Ik ben een typische Top 2000-klant kennelijk. Volgende keer toch de inhoudsopgave beter bestuderen.

Want ja, vanaf dan gaat het dus over de juiste werkwoordspelling, ook bij Engelse woorden en of het ‘meld u aan’ of ‘meldt u aan’ is. Bij vraag 57: werkwoordstijden maakt mijn hart een sprongetje. Ik loop namelijk steeds vaker tegen het verschil tussen de voltooid tegenwoordige en de onvoltooid tegenwoordige tijd aan. Niet alleen bij NT2'ers, maar ook bij moedertaalsprekers. Helaas ... er staat geen uitleg over het verschil tussen beide tijden bij, dus ik ga vrolijk door met mijn eigen uitleg.

We gaan verder met het verschil tussen ‘dat’ en ‘wat’ en de -e achter het bijvoeglijk naamwoord. Bij vraag 73 volgt ‘te allen tijde’ en nog een waslijst aan voorbeelden die te maken hebben met het naamvallensysteem. Eerlijk, ik vind het niet zo belangrijk dat mijn studenten dit kunnen. Schrijf gewoon: ‘altijd’. Beterspellen.nl denkt hier anders over en weet de studenten iedere keer van die 100%-score af te houden door dit soort vragen te stellen. ‘Heden ten dage’, ‘te dien einde’, ‘ten tweeden male’: als ik het zelf al steeds vergeet, hoeven mijn studenten het ook niet te weten. Ik wil eigenlijk het verschil tussen ‘hen’ en ‘hun’ (vraag 74) ook op deze hoop gooien, maar ik weet dat dat nog te ver gaat. Er zit een handige lijst in het boekje met allerlei twijfelgevallen hieromtrent.

Het hoofdstuk over woordkeuze bevat vraagstukken omtrent voorzetselkeuze, het verschil tussen ‘per’, ‘sinds’ en ‘vanaf’ en ‘doordat’ en ‘omdat’. Fijn, want dat zijn dingen die erg vaak fout gaan en waar ik me persoonlijk dan wel aan stoor. Heerlijk om dan in twee pagina's het antwoord op die vragen te kunnen vinden. Het verschil tussen ‘motivatie’ en ‘motivering’ (dit boekje was al op de markt toen de wonderlijke verwarring tussen ‘verantwoording’ en ‘verantwoordelijkheid’ de kop opstak) wordt ook besproken.

Vraag 86 biedt een lijst met woorden die een tekst moeilijker te begrijpen maken. Woorden als: ‘aangaande’, ‘nochtans’ en ‘sedert’. Ik zou zeggen: sla vraag 73 er ook nog maar even op na. Vraag 87 geeft antwoord op interpunctievragen. 88 gaat hier nog even op door en behandelt de uitbreidende en beperkende bijzin.

De laatste vragen komen zeer van pas in het hbo, want die gaan over zaken als voet- en eindnoten, het maken van een literatuuroverzicht en briefconventies. De allerlaatste vraag verwijst naar websites en boeken die geraadpleegd kunnen worden voor meer informatie. En dan, tussen vraag 100 en het register: het telefoonalfabet. Altijd handig. Waarschijnlijk vraagt alleen nooit iemand erom, zodat het ook niet opgenomen kon worden in de top 100.

Het register verdient nog een aparte vermelding, want dat is heerlijk uitgebreid.

Al met al een heel handig en handzaam boekje. Ik kan me voorstellen dat ik studenten er regelmatig naar zal verwijzen met de boodschap: eerst kijken of het antwoord op je vraag hier in staat, en dan pas aan mij vragen. Dan breken er wel heel rustige tijden aan voor me.

Taal top 100 is geschreven door de Taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal en uitgegeven bij BIM Media. Het heeft 221 pagina’s en kost € 18,95.