Samenwerking

25 mei 2015 15:00

Door Meli van Gellecum. Het samenwerken van twee ondernemers met een groot verschil in leeftijd is inspirerend, verfrissend en soms ontluisterend. Ik ben 60 en bouw af en Meike is 25 en bouwt op.

Bij de start van ons bedrijf hebben wij een aantal uitgangpunten besproken, waarbij juist het streven naar gelijkwaardigheid het belangrijkste uitgangspunt is. Wij hebben dat ook geformaliseerd door De Taalprof als vof te starten en in onze overeenkomst vast te leggen dat wij beiden voor 50 procent eigenaar zijn en dus ook voor 50 procent verantwoordelijk zijn. Ons leeftijdsverschil zou geen belemmering moeten zijn.

Mooi, dat is dan beschreven, maar zijn wij in onze samenwerking wel gelijkwaardig? Na een inhoudelijke discussie formuleerde Meike feedback op mijn patroon van spreken. Meike houdt mij soms op de juiste momenten en op een oprechte wijze een spiegel voor, want ze formuleert  heel juist en helder en geeft mij de ruimte. Twee uitspraken bleven bij mij hangen:

“Jij fungeert voor mij als vangnet en ik voel me daar onprettig bij, want ik wil leren zonder.”
“Je formuleert vanuit een zekerheid.”

De kracht van haar feedback was zo sterk dat mijn gedrag als een spiegel zo helder verscheen. Dat beeld in die spiegel nodigde uit om hierover thuis goed na te denken, want ze heeft waarschijnlijk een punt. We hebben ons gesprek goed afgerond en eigenlijk vertrouwd op het feit dat dit punt zeker nog wel langs zal komen. Zo doen wij dat vaker, het vertrouwen in elkaar is groot.

Heel langzaam ontstond in de loop van een aantal dagen een behoorlijk goed inzicht, ook door het toevallig lezen van het interview door Peter Henk Steenhuis met Marli Huijer: Het leven is niet leuk als je je mond houdt. Haar uitspraken over gelijkwaardigheid raakten me.

“Gelijkwaardigheid kan alleen als je elkaar erkent als gesprekspartner en elkaar serieus neemt. Je gelooft dat je een gezamenlijk belang voor ogen hebt en dat deelnemers aan het gesprek als gelijkwaardig worden erkend.”
“Ik treed iedereen tegemoet als een gelijkwaardige gesprekspartner, of dat nou een drugsgebruiker is, een migrant of de koning van Nederland. Het gaat mij om de vragen: hoe voeren wij een gesprek, hoe handelen we met elkaar en hoe gaan we met elkaar om?”

Onze gelijkwaardigheid is dan wel geformaliseerd maar hoe voeren we een gesprek? Ik was me nooit bewust dat ik voor Meike als vangnet fungeer en vanzelfsprekend gebruik ik soms argumenten die voortkomen uit mijn langere werkervaring en die ervaring geeft mij inderdaad zekerheid. Het beeld in de spiegel dat Meike mij voorhield lijkt ineens op het beeld dat ik soms van mezelf en van leeftijdgenoten en vrienden tijdens discussies ervaar. Dat zijn meestal idealisten van rond de 60 en die weten heel veel zeker en onderbouwen die zekerheid met argumenten op basis van ervaring. Ik herken dat gedrag bij anderen, maar doe dat ongemerkt zelf dus ook, volgens Meike.

Dit inzicht neem ik mee in volgende werkoverleggen en ik zal dan oprecht een poging moeten doen om mijn ervaring niet als de enige bron van waarheid in te brengen. Het zijn tenslotte ervaringen van één individu.

Goed te merken dat mijn zoektocht in deze juist wel onze gelijkwaardigheid bewijst. We kunnen elkaar er behoorlijk van langs geven en dat ervaren wij niet als lastige kritiek, maar als stof tot nadenken. Eén van de redenen voor beiden om feedback serieus te nemen is volgens mij dat ons belang de gezamenlijke onderneming, de Taalprof, is. Het bedrijf voorziet ons van een inkomen om – al werkend, lerend, maar ook genietend – te kunnen eten en de hypotheek te kunnen betalen. Maar de tweede reden is zelf te blijven leren en ontwikkelen, want onderwijs staat voor een leven lang  leren.