Samen stapsgewijs leren vliegen

Gepubliceerd: 11 juni 2018 15:00
Met enige regelmaat bezoekt de Taalprof conferenties met als doel inspiratie opdoen om zijn onderwijs te verbeteren. Zo was ik op 24 mei bij een bijeenkomst over contextrijke taaltaken van het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs op de Hogeschool Gent (HoGent). Contextrijke taaltaken bereiden studenten beter voor op de taalvaardigheid die zij nodig hebben in hun latere werkveld. Het belang van deze taken en hoe ze eruit kunnen zien, werd duidelijk aan de hand van enkele onderzoeken en good practices. In deze blog licht ik een van deze good practices toe, die de Taalprof inspireerde om een module van een van zijn opdrachtgevers aan te scherpen.

De good practice die ons inspireerde,werd ontwikkeld door Marie-Anne Baert en Tom Storme van de HoGent. Een van hun doelen is van studenten Bedrijfsmanagement taalvaardige bedrijfsmanagers maken. Daarvoor hanteren zij een leerlijn communicatieve vaardigheden (cova), waarbij studenten geleidelijk worden opgeleid tot zelfstandige, professionele taalgebruikers.

Om te illustreren hoe de cova-leerlijn is opgebouwd, gebruiken Baert en Storme een treffende metafoor van een piloot die moet leren vliegen: zoals een aspirant-piloot begint met ‘kennis van de knopjes’ en vervolgens stap voor stap begeleid wordt naar het zelfstandig kunnen vliegen, begint een aspirant professioneel taalgebruiker met basisvaardigheden, waarna hij stapsgewijs begeleid wordt tot taalvaardig beroepsuitoefenaar (zie Figuur 1).

Samen stapsgewijs leren vliegen.png

Opbouw leerlijn communicatie vaardigheden Hogeschool Gent. Herdrukt van “Contextrijke taaltaken en vakoverschrijdend werken” [Slide powerpointpresentatie], door Baert, M.A. & Storme, T., (2018, 5 juni). Geraadpleegd van https://www.taalbeleidhogeronderwijs.org/bijeenkomst/3712/.

De basisvaardigheden - communicatieplan, structuur, formulering en vormgeving - worden daarbij cyclisch aangeboden en krijgen aandacht bij iedere taaltaak die een student moet uitvoeren. De taaltaken zijn verder alle contextrijk en lopen gedurende de studie op in moeilijkheidsgraad. Een van de uitdagendste taaltaken is het authentieke complexe project in de derde fase van de cova-leerlijn (zie Figuur 1).  

Het authentieke complexe project sluit naadloos aan op de beroepspraktijk, wat mogelijk wordt gemaakt door de betrokkenheid van externe contacten uit het werkveld. Studenten doorlopen binnen dit project acht stappen:

  1. zelf theorie opzoeken;
  2. overleg in teamverband over de opgezochte theorie;
  3. geselecteerde theorie toepassen in teamverband;
  4. taak reviseren (iedereen);
  5. coaching conceptversie;
  6. leren uit feedback en taak bijsturen;
  7. revisie door het hele team;
  8. definitieve tekst in het portfolio (Baert & Storme, 2018). 

Bij stap 5 en 6 ontvangen studenten zowel coaching en feedback van een vakdocent, als van een taaldocent. Ook beoordelen beide docenten het project. Hun beoordeling is gebaseerd op de definitieve tekst in het portfolio (stap 8), de tussentijdse evaluatiemomenten (stap 5 en 6) en op een logboek waarin het team bijhoudt welke student wat heeft gedaan.

Volgens Baert en Storme kent deze manier van werken veel voordelen. Zo leidt de geïntegreerde aandacht voor taal ertoe dat studenten beter leren formuleren. Daarnaast leren zij binnen deze aanpak hun eigen teksten reviseren en meer eigenaarschap nemen over hun persoonlijke leerproces.

Niet lang nadat ik het verhaal van Baert en Storme had gehoord, was ik aanwezig bij de evaluatie van een module die de Taalprof voor een van zijn opdrachtgevers heeft ontwikkeld. Bij deze module wordt studenten geleerd hoe zij één specifiek beroepsproduct kunnen schrijven, terwijl zij in hun latere beroep meer verschillende schrijfproducten dienen af te leveren. Tijdens hun opleiding oefenen zij al met deze producten, maar daarbij ligt de focus vooral op inhoud in plaats van op taal. De ervaring leert dat studenten hierdoor niet als professionele taalgebruikers de arbeidsmarkt betreden.

De oplossing lag voor de hand: net zoals bij de HoGent moet aandacht voor taal meer geïntegreerd worden in de opleiding. Mijns inziens zou onze opdrachtgever daarvoor de aanpak van HoGent bijna integraal kunnen overnemen. Dit laat opnieuw zien hoe vruchtbaar de uitwisseling tussen verschillende scholen kan zijn. Inmiddels is ons idee omgevormd tot een concreet voorstel dat de Taalprof volgend studiejaar hopelijk kan gaan uitwerken. Wordt vervolgd dus.