Processen

Gepubliceerd: 04 september 2017 15:00
Geïnspireerd door onze eigen ervaringen en onderzoeken over effectief (schrijf)onderwijs, voeren we ieder jaar wat veranderingen door in ons onderwijs. Waar de meeste mensen op 1 januari met hun goede voornemens starten, doen veel docenten dat juist aan het begin van een nieuw studiejaar. Voornemens kun je het ook niet echt noemen, want het zijn in ons geval al concrete plannen die daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden. Natuurlijk is het altijd spannend hoe de veranderingen uitpakken en of het dus blijvertjes zijn. Dit jaar focussen we ons nóg meer op het schrijf- en leerproces van de student.

Leerproces

We werken bij de lessen van de Taalprof vaak aan de hand van een cyclus die het schrijf- en leerproces van studenten als het ware samenvoegt. Dit jaar willen we die twee processen iets uit elkaar trekken. Het was voor docenten vaak een uitdaging om de ontwikkeling van hun studenten in kaart te brengen en daarom willen we studenten nog meer stimuleren om hun leerproces bij te houden, bijvoorbeeld in een portfolio. Op die manier is het leerproces inzichtelijk voor zowel de student als de docent en kan de docent daar zo nodig in bijsturen.

Hoe dat leerproces eruit kan zien, gebaseerd op een onderzoek van Kelly Meusen-Beekman et al. en een artikel van Gerdineke van Silfhout, allebei gericht op formatief toetsen: 

  1. Succescriteria bepalen aan de hand van voorbeeldteksten die met elkaar vergeleken worden. Studenten formuleren op basis hiervan waar een goede tekst in hun ogen aan moet voldoen en kunnen hun eigen tekst hier vervolgens aan toetsen.
  2. Leerdoelen opstellen: wat kan er in hun eigen schrijfproduct nog beter en waar moet dus aan gewerkt worden? De studenten bepalen hoe ze deze leerdoelen gaan realiseren (strategieën) en wat het plan van aanpak dus wordt. De leerdoelen kunnen zowel gericht zijn op het schrijfproduct als het verbeteren van het schrijfproces.
  3. De schrijfopdracht maken. Hier speelt aandacht voor het schrijfproces uiteraard een belangrijke rol, maar daar kom ik later op terug.
  4. Een tussentijdse beoordeling ontvangen op de tekst. Dit kan door middel van self- of peer feedback: studenten toetsen hun eigen of elkaars tekst aan de geformuleerde succescriteria. Op basis hiervan kunnen ze hun tekst reviseren.
  5. Reflecteren op het leerproces: wat gaat goed en wat kan beter? Welke strategie werkt en welke schiet zijn doel voorbij? Eventueel nieuwe strategieën bepalen.
  6. De planning zo nodig aanpassen en de schrijfopdracht voltooien en inleveren.
  7. De eindbeoordeling ontvangen van de docent. Ook de feedback die de student hierop ontvangt kan weer gebruikt worden bij het aanpassen van de strategie en eventueel het bijstellen van de leerdoelen. Op basis van deze beoordeling heeft de student een indruk van waar hij op dat moment staat.

In het portfolio waar we mee gaan werken, zal aandacht zijn voor al deze fases. 

Schrijfproces

Naast de focus op het schrijfproduct, willen we dat er meer aandacht is voor het schrijfproces. Een student kan immers nog zoveel leren over waar een goede tekst aan moet voldoen, als hij geen aandacht heeft voor de plannings- en revisiefase, kan dit alsnog een teleurstellende tekst opleveren. Schrijven is meer dan het geleerde goed toepassen: het is een proces. Daarom stimuleren we de studenten zowel aandacht te schenken aan hun product als aan hun proces en voor beide aspecten leerdoelen te formuleren.

Het schrijfproces kan er als volgt uitzien (gebaseerd op Goed geschreven van Wilma van der Westen): 

  1. Oriënteren op de opdracht, het doel, het publiek, de tekstsoort enzovoorts.
  2. Plannen van de structuur van de tekst, bijvoorbeeld door een bouwplan op te stellen, maar ook het plannen van het proces door een tijdsplanning te maken. Zo nodig wordt er in deze fase ook informatie verzameld en geordend.
  3. Uitvoeren en bewaken van de schrijfopdracht. De student heeft hierbij steun aan zijn bouwplan en moet in het achterhoofd houden voor wie hij schrijft en met welk doel, omdat dit van invloed is op de formulering. Daarnaast moet de tekst natuurlijk ook correct en aantrekkelijk zijn.
  4. Reflecteren en reviseren van de geschreven tekst: de student leest de tekst na (of laat hem lezen door een medestudent) en controleert of wat hij heeft geschreven in overeenstemming is met zijn plan, doel en publiek en of de tekst correct is.
  5. Evalueren van het schrijfproduct en het schrijfproces: wat gaat goed en wat kan beter? Op basis hiervan bepaalt de student wat hij in het vervolg anders moet doen en in welke onderwerpen hij zich nog extra moet verdiepen (leerdoelen).

Hier bestaan talloze varianten op, maar in de kern gaat het erom dat er, naast het uitvoeren van de schrijfopdracht, aandacht is voor de voorbereidende fase en de revisiefase.

Zoals je wellicht hebt gemerkt, is er veel overlap tussen het leer- en schrijfproces. Beide processen zijn ook bijna niet uit elkaar te trekken, maar het is voor een docent wel van belang om het onderscheid te zien, omdat een student zijn schrijfproces niet vanzelf verbetert als er geen aandacht is voor zijn leerproces. 

Anekdote

Vorig jaar heb ik veel aandacht besteed aan het schrijfproces en stimuleerde ik studenten om niet meteen te beginnen met die knipperende cursor op een leeg scherm, maar de opdracht eerst goed voor te bereiden. Een aantal studenten kwam er toen achter dat daar voor hen veel winst te behalen was. Toen ik hen vroeg hoe ze het schrijven van een tekst in eerste instantie aanpakten en hoe ze dit deden na het volgen van de module Zakelijk Schrijven, kwam er een mooi rijtje op het bord:

VOOR
Opdracht lezen
Kort nadenken over inhoud
Snel starten met schrijven
Snel doorlezen – niet altijd tijd voor

NA
Eigen aandachtspunten (leerdoelen) noteren
Opdracht lezen
Nadenken over de opdracht: wat weet ik over dit onderwerp?
Schrijfplan maken met steekwoorden per alinea
Schrijven
Nalezen – liefst een tijdje na het schrijven – en de tekst specifiek nakijken op eigen aandachtspunten

Ik was onder de indruk en ik zag het effect deze aanpak tijdens de module ook terug in hun teksten: ze gebruikten een helder bouwplan en leverden echt betere teksten bij me in.