Nieuw denken

Gepubliceerd: 13 maart 2017 15:00
Een docent aan de hbo-opleiding Sportmanagement legde me onlangs uit dat studenten in het tweede jaar wat hem betreft van ‘oud denken’ naar ‘nieuw denken’ moeten. Lekker vaag, maar wat hij ermee bedoelde was wat mij betreft cruciaal in een snel veranderende maatschappij.

Oud denken, ofwel denken als een beginner: de docent vertelt wat de student moet doen, geeft hem een afvinklijstje waar de opdracht aan moet voldoen en vervolgens voert de student de opdracht uit. Dit is effectief bij de verwerving van basisvaardigheden. Nieuw denken, ofwel denken als een expert: de student bekijkt een of meerdere eindproducten, stelt zelf criteria op waar het eindproduct kennelijk aan moet voldoen en maakt het eindproduct op basis van deze criteria. Dit is nodig als je nog niet weet hoe jouw baan er morgen uit zal zien.

Het onderscheid tussen oud en nieuw denken wekt de suggestie dat het een beter is dan het ander, maar dat is niet zo. Zonder dat oude denken zullen we nooit een stevige basis ontwikkelen op basis waarvan we onze kennis verder kunnen ontwikkelen. Iemand die inmiddels een stevige kennisbasis heeft ontwikkeld, is veel beter in staat om nieuwe kennis in het bestaande kennisnetwerk in zijn hoofd te plaatsen. Alleen iemand die in de basis over een goede schrijfvaardigheid beschikt, kan je op basis van enkele goede voorbeelden van beleidsteksten leren om zelf een goede beleidstekst te schrijven. Paul Kirschner maakte een mooie infographic waarin dit verschil zichtbaar wordt gemaakt.

Het lastige is: wanneer is iemand geen beginner meer, maar een expert? Feit is dat je dat niet van de ene op de andere dag bent. Het is aan een docent om geleidelijk steeds meer ondersteuning weg te nemen en de student steeds autonomer te laten functioneren. Dat is een uitdaging voor een docent, want die moet steeds op zoek naar een balans tussen te veel en te weinig sturing, om zo voor constructieve frictie te kunnen zorgen (hier schreef ik al eerder over). De uitdaging wordt natuurlijk nog groter als je een heterogene klas voor je hebt waarin de ene student veel meer sturing nodig heeft dan de andere en de laatste zich juist verveelt bij te veel sturing.

Voor de module die ik heb ontwikkeld om studenten beleidsteksten te leren schrijven, zijn we het afgelopen jaar overgestapt van een aanpak waarbij we de student aanspraken als beginner naar een aanpak waarbij we de student aanspraken als expert. Tenslotte mogen we in het hbo inmiddels wel iets verwachten van studenten, als het gaat om schrijfvaardigheid. We zagen inderdaad een verschil ten opzichte van eerdere jaren: hoewel de schrijfvaardigheid van de studenten niet zichtbaar beter was, leken ze wel beter te begrijpen waarom ze deden wat ze deden, waar in vorige jaren de beleidsteksten vooral bestonden uit een aaneenschakeling van losse onderdelen, omdat dat nu eenmaal moest.

Verbetering is nog altijd mogelijk en ik zag dat de studenten lang niet op alle vlakken expert waren en goed wisten waar ze mee bezig waren. Daarom wordt er op dit moment gekeken of het schrijfvaardigheidsvak iets later in het jaar geplaatst kan worden, na twee modules over beleid in het algemeen en het verwerken van onderzoek in beleid(snotities). Ook zullen de studenten meer gestimuleerd worden om tijdig te beginnen met het bijspijkeren van hun algemene schrijfvaardigheid. Dat is nu eenmaal iets waar we in het hele hbo niet omheen kunnen.