Klooien

Gepubliceerd: 22 mei 2017 15:00
Ik zeg dit te weinig hardop: ik heb een fantastische baan! Ik werk in een van de mooiste beroepsgroepen die er is, namelijk het onderwijs, in een vorm die perfect bij me past, namelijk als ondernemer. Ik was van plan om hier een heel blij stuk over te gaan schrijven, maar de realiteit haalde me in deze week: bij heel veel (onderwijs)mensen gaat de vlag helemaal niet uit elke ochtend dat ze opstaan en weer naar hun werk mogen. Ik ben dankbaar dat ik bij het gelukkige deel van de werkenden hoor, maar het is me ook duidelijk dat er iets goed mis is en dat verandering nodig is.

Rutger Bregman hield enkele weken geleden een geweldige TED-talk die deze week online kwam en die je in zijn geheel moet gaan bekijken. Een van de schrikbarendste percentages die hij noemde, was de dertien procent uit 230.000 onderzochte werknemers in 142 verschillende landen die hun werk leuk vindt. Dertien procent! In een column die vlak na de lancering van zijn talk volgde, heeft hij het ook nog over veertig procent van de Nederlandse werknemers die zijn baan niet zinvol vindt. Ik weet zeker dat er weinig docenten zullen zijn die geen plezier hebben in wat ze doen of die hun baan als nutteloos bestempelen, maar er is wel iets aan de hand.  

Uit onderzoek dat gedaan werd in opdracht van Zilveren Kruis, bleek dat werkgevers burn-outproblemen nog steeds vaak bij de werknemer leggen, las ik in het AD. Er wordt veel te weinig gekeken naar de omstandigheden waarin de werknemer opereert. Het zal wel aan zijn persoonlijkheid liggen. In het onderwijs kampt een op de vijf mensen met burn-outverschijnselen en zelfs een op de vier als je het ondersteunend personeel niet meetelt. De oplossing? Zingeving. Docenten kunnen zich aanmelden voor cursussen meditatie of mindfulness.  

Dat is natuurlijk volkomen knots! Zijn er meer zinvolle banen dan die in het onderwijs? Waarom zouden docenten dan op zoek moeten gaan naar zingeving? Moet de omgeving waarin deze docenten werken niet juist grondig aanpassen? Johannes Visser uitte zijn kritiek in een treffende vergelijking: de opwarming van de aarde ga je ook niet tegen door een korte broek aan te trekken.  

Wat dan wel? Visser stelt voor om te gaan staken. Dat is rigoureus en er moet veel aan de hand zijn, wil een docent gaan staken, maar een systeemverandering lijkt noodzakelijk, dus waarom niet? Of nee, een systeemverandering? Een mentaliteitsverandering! Ik blogde meer dan een jaar geleden al over competente rebellen in het onderwijs. Docenten moeten meer autonomie eisen; leidinggevenden moeten inzien dat ze te maken hebben met professionals en niet met een stel volgzame schapen dat protocollen wil/moet volgen; het ambacht van lesgeven moet weer aanzien krijgen; onderwijs moet, zoals Ilja Klink het graag zegt, weer ‘sexy’ worden. Ik hoorde Henk ter Haar, een van de genomineerden voor de titel van beste docent Nederlands van 2017, het in een uitzending van de Taalstaat hebben over ‘meer knutselen en klooien’ en ‘open klaslokaaldeuren’. 

Ik klooi naar hartenlust op mijn vrije dagen. Lekker hobby’en, noem ik het zelf: artikelen over onderwijs en schrijfvaardigheid lezen, uitroeptekens plaatsen in de kantlijn, ideeën op het whiteboard in mijn werkkamer kliederen, deze uitwisselen met collega’s, samen nadenken over hoe we dit kunnen toepassen op ons onderwijs en zo snel mogelijk uitproberen en delen hoe het ‘experiment’ uitpakte. Er is niets leukers dan dit. En het resultaat mag er zijn: steeds beter onderwijs, geïnspireerde collega’s en vaardige studenten. Daar kan geen zingevingsproject tegenop.