“Ik moet opeens zo nadenken bij alles”

30 maart 2015 15:00

De studenten van Business IT & Management kijken me smekend aan en proberen een spoor van genade op mijn gezicht te vinden. "Sinds ik dit vak volg moet ik opeens zo nadenken bij alles! Ik doe wel een uur over een mailtje."

"Hoe komt dat, denk je?"
"Ik twijfel over alles. Vroeger tikte ik gewoon wat ik wilde zeggen, maar nu weet ik niet meer of ik het wel goed doe."
"Heb je het idee dat je mailtjes er beter van worden?"
"Ik probeer nu wel alles op te zoeken, maar daarom doe ik er ook zo lang over."

Dit zijn de gesprekken waar ik van geniet. Niet omdat ik een harteloze tiran ben die studenten graag zie worstelen en het liefst zie dat ze uren bezig zijn met hun taalvaardigheid, maar omdat hier geleerd wordt. Hier treedt bewustwording op, al klinkt dat wel heel erg spiritueel. Ik leg de student uit dat het een fase is en dat het alleen nog maar beter wordt. Dat ik het geweldig vind dat hij niet langer gokt, maar een boek openslaat of even googelt als hij twijfelt.

De studenten zitten hier niet om alle taalregels uit hun hoofd te leren. Het is in het middelbaar (beroeps)onderwijs niet gelukt om dat te doen, dus wie ben ik om te denken dat het hier wel gebeurt in zes keer anderhalf uur? We zijn hier bezig met het vullen van een gereedschapskist, zodat iedereen de rest van zijn leven weet waar hij moet zoeken als hij twijfelt over een taalvraagstuk. In sommige gevallen is het niet meer belangrijk dat je alles weet, maar dat je weet waar je moet zoeken.

Wat misschien nog wel belangrijker is dan weten waar je moet zoeken, is weten dát je moet zoeken. Niet langer: ik schrijf het zo op, omdat het goed voelt. Maar: ik schrijf het zo op, omdat ik weet dat het zo is. En anders: ik weet niet hoe ik het moet schrijven, dus ik zoek het even op. Daarom was ik zo blij met dit gesprek.

"Je zult steeds minder hoeven opzoeken; op een gegeven moment gaat het vanzelf", stel ik de student gerust. "Hoe dan ook, twijfel blijft altijd." Ik wil iets verhevens zeggen als: zonder twijfel, geen vooruitgang, maar ik laat het, want ik twijfel of dat wel waar is.

Ook ik ga, voordat ik dit stuk publiceer, even kijken of het aanhalingsteken nu voor of na de punt komt en of die puntkomma wel juist gekozen is. Ik vergeet het steeds, maar ik weet waar het staat.