Het schoolvak Nederlands

Gepubliceerd: 19 februari 2018 15:00
Ik ben een enorme bofkont, want ik mag regelmatig uitwisselen met collega’s over bijvoorbeeld schrijfonderwijs of, zoals vorige week het geval was, over de aansluiting van het voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs als het gaat om het (schoolvak) Nederlands. Er is weinig leuker dan dat. In het kader van de curriculumherziening mochten we input leveren over wat wij van onze studenten in de dop verwachten. Waar ik vooral veel aandacht hoopte te kunnen vragen voor schrijfvaardigheid, ging ik tijdens deze middag ook op een andere manier naar het schoolvak Nederlands kijken.

Want ja, ‘ze kunnen niet schrijven’, dus regel het maar, beste curriculumontwikkelaars en docenten Nederlands. Al discussiërend ontdekte ik dat we ons eigenlijk alleen maar richten op vaardigheden en niet op kennis én dat we de verantwoordelijkheid voor een goede schrijfvaardigheid alleen neerleggen bij de docent Nederlands, terwijl het toch niet het geval is dat er alleen bij dat vak geschreven wordt.

Waar we in het hoger onderwijs vaak aan taalontwikkelend lesgeven (proberen te) doen en taalvaardigheid door de hele opleiding verweven wordt, lijkt schrijfonderwijs in het voortgezet onderwijs – en het mbo – vaak exclusief aan bod te komen tijdens de lessen Nederlands. De lessen Nederlands richten zich zodoende steeds meer op vaardigheden dan op kennis. Ja, en aandacht voor literatuur, omdat het moet. Toen ik Nederlands ging studeren ging er dan ook een wereld voor me open: literatuur, retorica, sociolinguïstiek, morfologie, taalverwerving en ga zo maar door. Ik had niet voor mogelijk gehouden dat we zoveel kanten op konden! Tot op de dag van vandaag denkt mijn omgeving echter nog steeds dat ik een soort professioneel ontleder ben die foutloos kan schrijven. Zonde!

De meesterschapsteams, die zich zorgen maakten om de populariteit van het schoolvak Nederlands en een paar jaar geleden een ijzersterk manifest schreven, waren ook aanwezig tijdens deze bijeenkomst en hebben inmiddels ook een visiestuk over het curriculum geschreven. Hierin delen ze het vak Nederlands in kennis en vaardigheden in, waarbij de kennis specifiek over het zaakvak Nederlands gaat en de vaardigheden vakoverstijgend zijn. Onder kennis bestuderen leerlingen de Nederlandse taal idealiter als systematisch, cognitief, sociaal en historisch fenomeen. Het ideaal van bewuste geletterdheid, dat in het manifest al genoemd werd, wordt hier prachtig geconcretiseerd. Vaardigheden zijn geen ‘leeg’ doel op zich meer, maar krijgen betekenis door de taal te bestuderen.

Het schoolvak Nederlands.jpg

Bron: www.vakdidactiekgw.nl

Ik luister altijd trouw naar de podcast van Kennisnet en de eerste die geïnterviewd werd in het kader van een nieuwe serie ‘Onder wetenschappers’ was Paul Kirschner. Deze aflevering kwam mij een paar dagen na de bijeenkomst ter ore en sloot haarfijn aan op wat daar besproken was. Waar Onderwijs2032 vooral inzet op vaardigheden in een tijd waarin je alles kunt opzoeken, pleit Kirschner juist voor de broodnodige basiskennis om informatie kritisch te kunnen beoordelen. Zonder een goede combinatie van kennis en vaardigheden, dreigt schrijven bijvoorbeeld niet meer te worden dan simpel copy-pasten. Vaardigheden zonder kennis zijn leeg.

Als het aan de meesterschapsteams ligt komt het helemaal goed met het schoolvak Nederlands én met de schrijfvaardigheid van mijn studenten. Ik wens de ontwikkelaars van Curriculum.nu veel succes en hoop dat de politiek hen zo veel mogelijk hun gang zal laten gaan.