Gluren bij de buren: Booster

Gepubliceerd: 30 oktober 2017 15:00
We klagen wat af over de schrijfvaardigheid van onze studenten. Maar is het ook echt een probleem? Hoe erg is het? Hoe komt het? En de belangrijkste vraag: wat kunnen we eraan doen? In deze serie hoop ik antwoorden te vinden op deze grote vragen door verder te kijken dan het hbo. Ik ga gluren bij de buren. Vandaag deel 2: Booster.

Docenten die vakdidactisch onderzoek doen: ik ben er gek op! Met hun ene been in de praktijk en hun andere in de wetenschap zoeken ze naar de balans tussen de ideale wereld en de weerbarstige werkelijkheid en slaan ze wat mij betreft een heel belangrijke brug. Toen Klaske Elving een paar jaar geleden een aantal havo-klassen overnam van een collega, viel het haar op dat het veel lastiger was om deze havisten goed te leren schrijven dan de vwo’ers die ze voorheen lesgaf. Een paar jaar later is ze bezig met haar promotieonderzoek naar schrijfonderwijs aan havisten.

Elving ontwikkelde een digitale leeromgeving waar bovenbouwleerlingen tijdens de lessen Nederlands aan hun schrijfvaardigheid werken. Het programma heet Booster. Net als Tekster is dit een afkorting die staat voor brainstormen – ordenen – opbouw bepalen – schrijven – teruglezen – evalueren – reviseren. En net als bij Tekster staat het schrijfproces en het aanleren van schrijfstrategieën centraal. Booster is gebaseerd op inzichten uit internationaal onderzoek naar schrijfonderwijs en vervolgens toegespitst op onze Nederlandse havisten. 

Wat ik leuk vind aan Elvings aanpak, is dat ze erkent dat havisten het schrijfproces anders aanpakken dan vwo’ers. Je ontkomt niet aan generalisaties, maar ik denk dat die in dit geval heel waardevol kunnen zijn. Zo hebben vwo’ers vaker een (bouw)plan in hun hoofd en zijn havisten veel meer van trial and error. In de vakliteratuur spreekt men ook wel van respectievelijk architecten of ingenieurs en beeldhouwers. Architecten steken meer tijd in de pre-writing activities en beeldhouwers zijn genoodzaakt om veel te reviseren (post-writing activities). Je kunt proberen van beeldhouwers strak plannende architecten te maken, maar in de praktijk merk je dan al snel dat je leerlingen afdwalen als je het over bouwplannen hebt.

Elving pakt het iets anders aan en gebruikt werkvormen die juist passen bij de kwaliteiten van de havisten: ze zijn sociaal en werken graag en veel samen – en zullen dat straks in het hbo ook moeten doen. Booster maakt gebruik van peer interactie en observerend leren (modeling): de leerlingen brainstormen met elkaar over hun tekst en geven elkaar feedback, en het programma bevat filmpjes waarop leerlingen hardop nadenken bij het schrijven van bijvoorbeeld een inleiding of het bedenken van een hoofdvraag.

Hoe leer je iemand zwemmen of zijn veters strikken? Juist, door uit te leggen, voor te doen en feedback te geven hoe het nog beter kan. Met schrijfonderwijs doen we dat vaak niet: we bieden theorie en soms een voorbeeld van een goede tekst, maar we doen zelden daadwerkelijk voor hoe wij zelf een tekst schrijven. Feedback geven we wel graag en veel, maar er ontbreekt dus een stap. Door observerend leren toe te voegen, wordt dit gat gedicht. Schrijven is een veel socialere activiteit dan we vaak denken. Als ik een adviestekst moet schrijven, gaat daar een heel proces van overleggen, onderzoeken, de kunst afkijken en mensen mee laten lezen aan vooraf. Willen we iemand toetsen op schrijfvaardigheid, dan verwijderen we die sociale context en moet een leerling of student in zijn eentje aan een tekst werken. Vreemd eigenlijk.

Ik vond dit een mooi inzicht en Klaske Elving gebruikt het niet alleen in Booster, maar experimenteert nu ook met een andere manier van toetsen: leerlingen mogen samen een betoog schrijven, verlaten in de pauze het lokaal – en mogen dan hun smartphone meenemen – en reviseren vervolgens samen de tekst. Het resultaat: betere betogen en half zoveel nakijkwerk voor de docent. Dat laatste moet natuurlijk nooit een hoofdreden zijn om een werkwijze aan te passen, maar ga even na: als Klaske als docent alle teksten die haar leerlingen produceren wil nakijken, is ze ongeveer een maand extra kwijt! Haar leerlingen nemen dat werk nu deels over door peer feedback te geven. Heel leerzaam, en veel socialer.

Ik schreef het al in mijn vorige blog: een mooie volgende stap zou de ontwikkeling van een vergelijkbare lesmethode zijn voor het hbo, waarmee we een doorlopende leerlijn ontwikkelen van po naar vo naar hbo. Ik ga maar eens op zoek naar een promovendus in spe en een zak geld!

Het onderzoek van Klaske Elving loopt nog, maar in Levende Talen Tijdschrift zijn al twee artikelen te vinden.

 Lees ook deel 1 en 3 van deze serie over Tekster en het Hofstad Lyceum.