Engels

Gepubliceerd: 26 juni 2017 15:00
Beter Onderwijs Nederland (BON) is bezig om een rechtszaak aan te spannen tegen de Nederlandse overheid: het hoger onderwijs verengelst in een rap tempo en dat is tegen artikel 7.2 van de Wet op het Hoger Onderwijs, waarin staat dat het onderwijs in het Nederlands gegeven wordt en dat hier alleen in uitzonderlijke situaties van afgeweken mag worden, bijvoorbeeld bij een gastcollege van een buitenlandse docent of wanneer de bestudering van een andere taal centraal staat in de opleiding.

Dat we ons hier in Nederland niet echt aan houden laat de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren zien in haar rapport ‘Nederlands als taal van wetenschap en hoger onderwijs’ in 2016:

Met uitzondering van Ierland en het Verenigd Koninkrijk, is Nederland het land binnen de Europese Unie waar het Engels het vaakst gebruikt wordt als instructietaal in het tertiair onderwijs. Ook de Scandinavische landen, die de reputatie hebben sterk verengelst te zijn, laat Nederland ruim achter zich. Uit recente cijfers van de VSNU, de vereniging van universiteiten, en de Vereniging Hogescholen, blijkt dat op dit moment ongeveer 66% van de universitaire masteropleidingen Engelstalig is ingericht; in 13% van de masteropleidingen aan de universiteit is sprake van een combinatie van Nederlands en Engels. Bij hogescholen bedraagt het aantal Engelstalige masteropleidingen 25%. In de bacheloropleidingen heeft het gebruik van het Engels een minder hoge vlucht genomen: in 17% van de bacheloropleidingen aan universiteiten heeft het Engels er een rol als instructietaal; aan hogescholen is dat 6%. De zichtbare stijging van het aantal Engelstalige universitaire masteropleidingen in Nederland werd ingezet met het invoeren van de bachelor-master-structuur in 2002 en gaat sindsdien gestaag door. Ook binnen de instellingen zelf wordt het Engels steeds meer de communicatie- en voertaal, binnen de bestuursorganen en vakgroepen en in contact met medewerkers en studenten.

Genoeg statistieken om een rechtszaak te starten dus. Waaróm dit onwenselijk is legt Felix Huygen (bestuurslid van BON) uit in de Volkskrant. Hij ondersteunt zijn pleidooi met veel anekdotes (docenten kunnen het niet aan, studenten kunnen het niet aan), maar gelukkig ook met wat cijfers, zoals van de KNAW die in 2003 meldde dat een overschakeling naar het Engels leidt tot gemiddeld zo’n dertig procent kwaliteitsdaling. Ik herinner me (vooruit dan maar) een anekdote van iemand die vertelde dat studenten van een opleiding die zowel in het Engels als het Nederlands wordt gegeven, beter presteren op het tentamen bij de Nederlandstalige dan bij de Engelse variant. Ton Nijhuis zei het in 2015 al heel treffend: ‘Wanneer een Engelstalige bachelor ertoe leidt dat Nederlandse studenten na vier jaar noch in goed Engels noch in goed Nederlands een goed verhaal kunnen schrijven, hebben we het slechtste van twee werelden bereikt.’

Een aantal docenten van de afdeling Filosofie aan de Vrije Universiteit reageerden een paar dagen later op Huygen. De strekking van hun betoog: internationale studenten zijn een meerwaarde voor ons onderwijs en docenten zijn prima in staat om hun colleges in het Engels aan te bieden. Ik denk dat we, door ons in het universitaire onderwijs te richten op de minderheid die in een internationale omgeving komt te werken en die afkomstig is uit het buitenland, de grote groep studenten die in een Nederlandstalige omgeving terechtkomen links laten liggen. Zij zijn juist de link tussen de wetenschap en de werkelijkheid en ze zijn essentieel om die kloof (daar is ie weer) zo klein mogelijk te houden.

De afstand tussen wetenschap en praktijk is namelijk groter geworden door het Engels. Onderzoekers kunnen niet meer helder aan het voetlicht brengen waar ze precies mee bezig zijn in hun onderzoek. Ze bewegen zich in een academische, Engelstalige bubbel. Tijdens de laatste bijeenkomst van het Netwerk Academische Communicatieve Vaardigheden stelde John Harbord zelfs dat we de opkomst van rechts-populisme en Trump te wijten hebben aan slechte communicatie over wetenschappelijk onderzoek. Die vond ik wel wat heftig, maar de uitspraak deed me weer inzien dat de keuze voor een bepaalde taal niet zomaar iets is.

Waarom kiezen we dan voor Engels? Geld! Meer Engelstalig onderwijs betekent onderwijs dat toegankelijk is voor meer internationale studenten, wat uiteindelijk gewoon meer geld in het laatje brengt. Door ons financieringssysteem gaan opleidingen dus massaal over op het Engels. Maar waarom zou je in Nederland willen studeren als je dat in het Engels wilt doen? Voor goed Engelstalig onderwijs moet je toch in de VS of het VK zijn? Toen ik voor mijn studie in Marokko zat, hoefde ik ook echt niet te verwachten dat men over zou stappen naar het Engels voor mij. Zonder kennis van het Frans – en liefst ook nog het Arabisch of het Spaans – kwam je er niet zo ver. Daar leer je toch juist ontzettend veel van? Waarom passen we ons hier dan zo aan die internationale studenten aan?

Tja, ik schrijf hier natuurlijk ontzettend vanuit mijn eigen belang. Meer aandacht voor Nederlandse taalvaardigheid – ook voor internationale studenten – laat de kassa natuurlijk lekker rinkelen. Dan hoop ik maar dat u gelooft dat de Taalprof vooral op idealen drijft, want als ik rijk wil worden, moet ik me niet met onderwijs bezighouden. De ronduit slechte Nederlandse taalvaardigheid van veel hbo-studenten, verkleint de kans dat studenten hun opleiding succesvol kunnen afronden en ooit van een dubbeltje een kwartje kunnen worden. Voordat we ons richten op onderwijs dat toegankelijk is voor de hele wereld, moeten we het misschien eerst toegankelijk maken voor onze eigen studenten.

Steun je de rechtszaak van Beter Onderwijs Nederland? Dan kun je hier de petitie tekenen.


In juli en augustus ga ik lekker op blogvakantie. Tot in september!