De universiteit als megastal

15 april 2019 15:00

Precies een jaar geleden was ik op een avond in Pakhuis de Zwijger over ‘de overspannen universiteit’, niet per se omdat ik daar zelf last van heb (ik werk er niet), maar omdat een vriend graag wilde dat ik meeging. Ik herinner me nog dat ik onder de indruk was van wat er werd verteld over rendementsdenken, verengelsing en bureaucratie. ‘Was het in onze tijd ook al zo erg?’ vroeg ik me hardop af, pas vijf jaar eerder afgestudeerd. Deze maand verschenen er een aantal artikelen op De Correspondent die heel raak laten zien hoe hard het is gegaan de afgelopen jaren.

‘De universiteit als megastal’ heet de collectie waarin deze artikelen verschijnen. Ze zijn geschreven door drie studenten van de Rijksuniversiteit Groningen en als iedere student zo kraakhelder zou schrijven en productief zou zijn als deze drie heren, dan mochten we heel trots zijn op ons onderwijssysteem. Ieder artikel – het zijn er vijf en ze zijn lang – is voorzien van treffende illustraties. Het eerste artikel draagt dezelfde titel als de collectie, behandelt de geschiedenis van het bekostigingsmodel van het hoger onderwijs en laat daarmee zien dat universiteiten met elkaar concurreren om een stuk van de niet-groeiende koek door steeds meer studenten aan te trekken. Daarmee wordt de oorzaak van veel andere problemen in het hoger onderwijs blootgelegd.

Een van die problemen is de toenemende verengelsing in het hoger onderwijs, waar ik al twee keer eerder over blogde. Iets te kort door de bocht stelde ik toen dat het een pure geldkwestie was: hoe meer studenten, hoe meer geld, maar dankzij deze serie zie ik nu in dat het genuanceerder ligt en dat universiteiten hiertoe gedwongen worden door die te verdelen geldkoek. Het levert schrijnende situaties op, laat het artikel zien.

Een andere ontwikkeling is de afschaffing van de loting en het selecteren van studenten op basis van hun cijfers en toelatingstoetsen, wat een eerlijkere maatregel lijkt te zijn, maar uiteindelijk de kansenongelijkheid juist heeft vergroot. Universiteiten selecteren namelijk vooral de studenten die kans maken om nominaal (af) te studeren, want alleen voor die studenten krijgen universiteiten geld. Kortom: ‘In de praktijk kiezen opleidingen niet de ‘juiste’ maar de ‘snelste’ studenten.’

Om studenten nominaal te laten studeren werd het bindend studieadvies ingevoerd als ‘stok’ om studenten zo snel mogelijk richting het diploma te ‘jagen’ of maar uit te laten stromen. Er zijn zelfs opleidingen die van studenten eisen de volle zestig studiepunten te behalen in het eerste jaar. Daar komt ook nog de afschaffing van de basisbeurs bij, waardoor studenten meer moesten gaan werken om rond te komen en zo ontstond de tegenhanger van de langstudeerder: de opgebrande student.

Om nog maar te zwijgen van de opgebrande docent die steeds meer studenten steeds succesvoller moet begeleiden en voor wie overwerken dus de norm is geworden. Hoe is het toch mogelijk dat er voor zo’n systeem is gekozen? Logisch, er moest iets gebeuren om te voorkomen dat het hele nationale inkomen in de toekomst op zou gaan aan universiteiten en, aldus Roel in ’t Veld in het eerste artikel: ‘Er kwam niets uit! Er was geen aandacht voor kwaliteit, het personeelsbeleid was naadje, er liepen gigantisch veel ongepromoveerde mensen rond in toprangen, er werd helemaal niet gelet op prestaties, laat staan op de studievoortgang van studenten.’

Nou, er is in ieder geval iets gebeurd, maar deze serie laat zien dat we compleet doorgeschoten zijn in het efficiënter organiseren van ons hoger onderwijs. Om terug te komen op mijn vraag in de inleiding: nee, in mijn tijd was het, althans voor mij, nog niet zo erg, want het huidige bekostigingssysteem werd pas ingevoerd toen ik al in mijn masterfase zat. Het enige waar ik last van had was dat ik erna niet nóg een master mocht doen en dat m’n studiefinanciering na vijf jaar afliep. Geluksvogel…