Aansluiting

Gepubliceerd: 27 maart 2017 15:00
Tijdens een bijeenkomst van MKB Amsterdam discussieerden we over hoe het onderwijs beter kan aansluiten bij het bedrijfsleven. Een van de deelnemers stelde voor om het beroepsonderwijs maar helemaal over te laten aan het bedrijfsleven, want dan zou een goede aansluiting sowieso gegarandeerd zijn. Dat moeten we zeker doen als we studenten zien als niets meer dan menselijk kapitaal dat moet zorgen voor winstmaximalisatie.

Begrijp me niet verkeerd: ik zet ondernemers nu weg als op geldbeluste wezens, maar als er iets bleek tijdens deze bijeenkomst is het wel dat ondernemers vooral bezig zijn met zakendoen met oog voor mensen, klimaat en goede bedrijfsvoering. Ik neem hen dergelijke uitspraken over het onderwijs dan ook niet kwalijk, maar omdat het exemplarisch is voor hoe er soms over het onderwijs gedacht wordt, leg ik met liefde een zak zout op deze slak.

Onderwijs is zoveel meer dan mensen opleiden om in de toekomst zo goed mogelijk hun werk te kunnen laten doen en dus de economie zo goed mogelijk te laten draaien. Naast kwalificatie verdienen ook socialisatie en subjectivering een plek in het onderwijs. Deze mooie drieslag is afkomstig van Gert Biesta en collega Annet schreef er al eerder over. Behalve dat studenten kennis en vaardigheden moeten leren, is het ook belangrijk dat ze leren hoe de samenleving waarin ze leven in elkaar zit en op wat voor manier ze hier onderdeel van zijn en dat zichzelf ontwikkelen als individu.

Waarom zou een bedrijf zich druk maken om socialisatie en subjectivering van hun toekomstige werknemers? Ten eerste, dat hoeven ze op het eerste gezicht niet, want bovenal gaat het bij hen om kwalificatie en is het niet primair hun behoefte dan wel verantwoordelijkheid om studenten op andere vlakken te helpen ontwikkelen. De samenleving en de student hebben er echter wél baat bij dat een student zich ontwikkelt tot aardig, waardig en vaardig mens (deze enigszins slappe parafrase van Biesta is afkomstig uit het voorstel van ‘Onderwijs 2032’). Het leven draait nu eenmaal om meer dan werken en geld verdienen. Ten tweede, bedrijven kiezen er bewust voor om mensen in te zetten en geen robots. Hoe iemand zich beweegt in een bedrijf en hoe hij zichzelf ontplooit speelt wel degelijk een rol op de werkvloer.

Dankzij het onderwijs krijgen kinderen en jongeren dus de kans om zichzelf volledig te ontwikkelen. Wat daarin ook belangrijk is, is dat studenten zo opgeleid worden dat ze leren om te gaan met de veranderende samenleving. Daarvoor moeten ze kennis en vaardigheden opdoen die niet alleen vandaag van pas komen, maar waarmee ze zich ook aan kunnen passen op de toekomstige behoeftes. De zogenaamde 21st Century Skills (die ook al ver voor deze eeuw erg belangrijk waren) als kritisch denken, samenwerken en communiceren zijn hiervoor belangrijke metavaardigheden die studenten tijdens hun opleiding moeten leren.

Ik ben dus bang dat als we het onderwijs overlaten aan het bedrijfsleven, het te eendimensionaal wordt: te zeer gericht op het heden en te weinig gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de student in deze maatschappij. Als we het onderwijs vandaag niet hadden, zouden we het ongeveer op eenzelfde manier inrichten zoals het nu is, vermoed ik. Ik kan me daarbij wel voorstellen dat logge onderwijsinstellingen niet snel genoeg inspelen op veranderende behoeftes en pleit ervoor dat het bedrijfsleven wel meedenkt. Daarnaast is het ook aan de student om te anticiperen op het werk dat hij graag zou willen doen en zich breder te ontwikkelen dan alleen binnen zijn opleiding of stage. Of een student uiteindelijk op zijn plek is op een werkplek, is een verantwoordelijkheid van het onderwijs, het bedrijfsleven én de student. Alles neerleggen bij slechts een van de drie partijen, is vragen om moeilijkheden.